Kennisbank

Boete leerplicht schoolverzuim: verantwoordelijkheden en sancties

In Nederland geldt een leerplicht voor alle kinderen van 5 tot 16 jaar. Als een kind ongeoorloofd van school verzuimt, kunnen de ouders of verzorgers een boete voor overtreding van de leerplicht ontvangen. In dit artikel lees je alles over de leerplicht, wanneer er sprake is van strafbaar schoolverzuim en wat de gevolgen zijn voor ouders en kind.

Wettelijke grondslag: de Leerplichtwet 1969

De leerplicht is geregeld in de Leerplichtwet 1969. Deze wet bepaalt dat kinderen van 5 tot 16 jaar verplicht zijn onderwijs te volgen. Na het bereiken van de 16-jarige leeftijd geldt de kwalificatieplicht voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben. Ouders zijn verantwoordelijk voor het inschrijven van hun kind bij een erkende school en voor het zorgen dat het kind de school daadwerkelijk bezoekt. Scholen zijn verplicht ongeoorloofde afwezigheid te melden bij de leerplichtambtenaar.

Wanneer is er sprake van strafbaar schoolverzuim?

Er is sprake van strafbaar schoolverzuim als een kind zonder geldige reden afwezig is van school. Geoorloofd verzuim omvat: ziekte (met doktersverklaring), religieuze feestdagen, bijzondere familiaire omstandigheden na goedkeuring door de schooldirecteur. Ongeoorloofd verzuim omvat: spijbelen, vakantie buiten schoolvakanties zonder toestemming van de schooldirecteur, en luxeverzuim zoals het eerder beginnen of later terugkeren van een vakantie. Bij meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim per vier weken moet de school melding maken aan de leerplichtambtenaar.

Hoogte van de boete bij overtreding van de leerplicht

De boete voor ouders bij overtreding van de leerplicht bedraagt in 2026 doorgaans 400 euro per kind per overtreding. Bij ernstig of structureel schoolverzuim kan de officier van justitie hogere straffen eisen, waaronder een werkstraf. In ernstige gevallen kan ook de kinderrechter worden ingeschakeld voor nadere maatregelen. De leerplichtambtenaar heeft een belangrijke rol in de handhaving en begeleiding van gezinnen bij schoolverzuim.

Vakantie buiten schoolvakanties: wanneer mag het?

Een veelgestelde vraag is of je als ouder je kind mee op vakantie mag nemen buiten de officiële schoolvakanties. Dit is alleen toegestaan als de schooldirecteur hiervoor toestemming verleent op grond van bijzondere omstandigheden, zoals werk waarbij de ouder structureel niet in de schoolvakanties vrij kan nemen. De directeur mag slechts eenmaal per schooljaar toestemming verlenen voor maximaal tien schooldagen. Vakanties op medische gronden zijn aparte situaties die anders worden beoordeeld.

Rol van de leerplichtambtenaar

De leerplichtambtenaar is een gemeentelijke functionaris die toeziet op de naleving van de Leerplichtwet. Bij melding van schoolverzuim door de school, neemt de leerplichtambtenaar contact op met ouders en kind. De ambtenaar kan gesprekken voeren, hulpverlening inschakelen en bij aanhoudend ongeoorloofd verzuim een proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt gestuurd naar het Openbaar Ministerie dat vervolgens bepaalt of vervolging plaatsvindt.

Bezwaar maken bij een boete voor schoolverzuim

Als je een boete hebt ontvangen voor overtreding van de leerplicht en het er niet mee eens bent, kun je verzet aantekenen of bezwaar indienen. Bezwaargronden zijn: het verzuim was geoorloofd maar niet correct geregistreerd door de school, er was sprake van een medische situatie, of er is een procedurele fout gemaakt in de handhaving. Schakel een advocaat in bij ernstige gevallen waarbij de officier van justitie betrokken is bij de beoordeling van de zaak.

Conclusie

Een boete voor overtreding van de leerplicht wegens schoolverzuim bedraagt circa 400 euro per overtreding. Ouders zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de leerplicht van hun kinderen. Bij structureel verzuim kan een strafrechtelijk traject volgen. Zorg altijd voor een geldige reden bij afwezigheid en vraag tijdig toestemming bij de schooldirecteur. Bij een onterechte boete maak je bezwaar via de juridische weg met concrete bewijzen van de geoorloofde afwezigheid van het kind.